In heel Den Haag is eigenlijk NIET één
grachtenpand te vinden dat lijkt op de typische "koopman-woningen" die men in Amsterdam of aan het Leidse Rapenburg kan vinden. Nu was Den Haag
ook geen 'handelsstad'.
In andere steden was ruimtegebrek, omdat ze stadsmuren hadden. De inwoners van die steden moesten belasting
betalen per meter (breedte) en gingen dus de hoogte in. Om Den Haag stonden geen muren, er was alleen een (zeer ruim aangelegde) Singelgracht. Hier
werd zelfs door het Stadsbestuur geeist dat huizen die aan bepaalde straten gebouwd werden
niet te smal waren.
Er waren minimumeisen, waar andere steden met een soort
maximum werkten. In die steden gold : Hoe breder je huis, hoe meer belasting je betaalde.
Vandaar dat men daar smal bleef aan de straatzijde en de hoogte en diepte in ging.
Het Johan de Witthuis is vijf ramen breed en in twee
etages hoog (inclusief de zolderetage).
Het pand is in 1652, enkele jaren na de (80-jarige) oorlog,
gebouwd voor Mattheus Hoeff.
De hand van architect Peter Post is
er hier en daar in te herkennen. Het is één van de kleinste Classicistische
gebouwen van Den Haag
Aan de achterkant lopen twee vleugels door.
Het huis ligt vlak bij de "Plaats"
en vanaf het balkon aan de voorzijde kan men de hofvijver en de
gebouwen van het Binnenhof zien liggen.
Omdat de beroemde staatsman Johan de Witt er enkele jaren
gewoond heeft (tot zijn dood in 1672) heeft het huis zijn naam gekregen en spreken
we niet van het Hoeff-huis.
De Witt, oorspronkelijk afkomstig uit Dordrecht, woonde
eerst aan de Fluwelenburgwal en de Raamstraat.
Gedurende zijn politieke loopbaan kon hij zich steeds mooiere woonhuizen permiteren.
De voormalige woonhuizen van De Witt aan de Fluwelen
Burgwal en de Raamstraat zijn -helaas- gesloopt.
Het woonhuis van Johan de Witt aan de Kneuterdijk
heeft 3 eeuwen weten te overleven. Het is nu een Rijksmonument en is in 2003 grondig
gerestaureerd. Bij een brand in 2005 is in één kamer schade ontstaan.