Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

Door Chris Schram

 

De Pagina's over de geschiedenis en historie van Den Haag

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Stadswandelingen Rondvaart Uitgaan in Den Haag Links

De Haagse Stadsrechten
en Verdedigingswerken

 

 

 

Meer informatie over de "Hoofdstad"
(ten tijde van de Republiek en de Monarchie).


Inhoud :

Met Den Haag is iets bijzonders aan de hand. Er is altijd één groot verschil geweest tussen de Oude Hollandse Steden en Den Haag. Ik heb het dan niet over het feit dat Den Haag pas in 1795 een stad werd en tot die tijd eigenlijk een dorp was. Ik heb het ook niet over het aantal inwoners van Den Haag, want op dat gebied was er na de 15e eeuw eigenlijk helemaal geen verschil meer. Ook op het gebied van werkgelegenheid leek Den Haag veel meer op een echte stad dan op een dorp.

Den Haag had al in de 16e eeuw twee burgemeesters en alleen steden hadden in de Nederlanden 2 burgemeesters, dorpen hadden er maar één. Den Haag kreeg in de 17e eeuw Bierbrouwerijen en alleen in de steden mocht bier worden gebrouwen. Den Haag was dus officieel nog geen stad, maar een dorp was het ook niet.

Eenvoudig gezegd was Den Haag een mooie jonge vrouw, die langzaam maar zeker richting de 2 meter groeide. Daarmee hoorde ze tot de langste vrouwen van het land, maar ze werd door haar oudere zusters, waarvan de meeste kleiner waren en niet langer groeiden, nog steeds 'meisje' genoemd. En tijdens theekransjes moest ze bij de kleintjes blijven zitten.

Die kleintjes, de dorpen, vonden dat erg prettig, want van het bedrag dat alle dorpen aan de republiek moesten betalen, betaalde het grote, rijke Den Haag een aanzienlijk deel.


Constantijn Huygens schreef in de 17e eeuw al over Den Haag :
"...een dorp der steden waar iedere straat een stad is..."

In 1795 kreeg Den Haag de status van "Stad in de regering van de Republiek". Daarmee kwam een eind aan een eeuwenlange strijd om als stad te worden erkend.

In de omgeving van het Spui en de Voldersgracht was al in de 14e eeuw een (Laken) industriewijkje ontstaan dat kon concurreren met de Lakenindustriën van de echte Hollandse steden. Den Haag had tevens een bestuur en ordehandhavers die al in de 14e eeuw dezelfde bevoegdheden kregen als de bestuurders en ordehandhavers van de 'echte' steden en in 1559 kreeg Den Haag twee burgemeesters die dezelfde 'eeren, rechten ende preëminentiën' kregen als de burgemeesters van de andere steden van Holland. Ook de Haagse burgers hadden bepaalde handels- en belastingsprivileges die verder alleen burgers van de Hollandse Steden bezaten. Den Haag had tot 1806 officieel geen stadsrechten, maar haar omvang, het bestuurlijk apparaat en de rechten en plichten van de burgers waren stedelijk en niet dorps. In 1795 mocht Den Haag al meespreken met de andere steden toen zij vergaderden en toen de officiële documenten in 1806 getekend werden waarmee Den Haag haar stadsrechten verkreeg veranderde er dan ook eigenlijk niets meer. Den Haag was al eeuwen een stad. Na het vertrek van de Fransen werd het Haagse Stadsrecht nog eens bevestigd door de nieuwe regering van Koning Willem I.

Den Haag is dus, hoe bijzonder het ook geweest zou zijn, niet langer het grootste dorp ter wereld, maar sinds 1795 gewoon een ongewone stad.

Het gróte verschil met de oude Steden is dat er nooit stadsmuren om Den Haag hebben gestaan. Hoewel men wel is begonnen met de aanleg van verdedigingswerken. Daarover hieronder meer.

Zicht op Den Haag vanaf Malieveld

 

Er waren wel muren en imposante poorten (zoals de Spuipoort), maar zij bevonden zich dicht bij het Binnen- en het Buitenhof. Graaf Aalbrecht had deze muren aan het eind van de 14e eeuw om het kasteel laten bouwen. In de 14e en 15e eeuw lag een groot deel van Den Haag nog binnen de buitenste ring van muren, maar het dorp groeide tussen 1450 en 1550 zo snel dat de verdedigingswerken al snel midden in het dorp lagen en het dorp zelf dus geen enkele bescherming boden. Van deze oude verdedigingswerken is eigenlijk alleen de Gevangenpoort nu nog over.

Ook is er nog een heel klein stukje van de slotgracht bewaard gebleven tussen het torentje van de Minister-President en het Mauritshuis. Van de Spuipoort zijn alleen de contouren nog zichtbaar op het (Hof)plein naast de Nieuwbouw van de Tweede Kamer.

De muren aan de Oostkant van Den Haag

In 1460 waren de huizen die aan de oostzijde van het Lange Voorhout stonden de laatste huizen van de stad. Philips van Bourgondië gaf de bewoners opdracht om een muur te bouwen aan de achterzijde van hun tuinen. Deze moest 1 steen dik en 7 voet (ongeveer 2m15) hoog zijn. Er mochten geen deuren en ramen in zitten. Tevens werd er een enorme stadspoort gebouwd, de Bospoort, op de grens van Nieuwe Voorhout (nu Korte Voorhout) en Haagse Bos. Deze muur en de poort dienden echter niet om een vijand buiten te houden, ze waren bedoeld om de inwoners van Die Haghe uit het bos te houden, omdat er illegaal gejaagd werd en er bovendien landlopers het bos in trokken. Om het hele bos kwam een stelsel van grachten en muurtjes te liggen. 

Zicht op Den Haag vanuit Koekamp

De muren tussen Den Haag en Scheveningen

In het midden van de 17e eeuw kwamen er wallen en muren langs de weg tussen Den Haag en Scheveningen (De Scheveningse Weg). Bepaalde stukken van die wal bestaan ook nu nog. De Scheveningse Weg werd aangelegd omdat de route tussen Den Haag en Scheveningen door ruig (duin/bos) terrein liep, waar landlopers en stropers reizigers en handelaren lastig vielen (zacht uitgedrukt). Bovendien moesten militairen uit Den Haag snel in Scheveningen zijn in geval van een dreigende invasie uit zee.

De weg was (en is) breed en geheel verhard en dat was absoluut uniek in die tijd. De muren die u op de foto's hieronder ziet horen bij het 17e eeuwse park Sorghvliet.

 

Op de grens van Den Haag stond de 'Huygenspoort'. Hier moesten mensen die gebruik wilden maken van de Scheveningse Weg tol betalen. Deze tol gold niet voor Scheveningse Vissers. De Huygenspoort is in de jaren '20 van de 20e eeuw verplaatst naar de Kerkhoflaan.


Toestemming voor een Haagse Stadsmuur

In 1528 werd Den Haag geplunderd door een huurlingenlegertje uit Gelre en het dorp kreeg vervolgens toestemming om een stevige muur te bouwen.

In die tijd bouwde men hoge dikke muren van steen, omgeven door een gracht. De poorten konden in geval van dreiging worden afgesloten Voorbeelden van dat soort verdedigingswerken vinden we nog op enkele plaatsen in Nederland. De foto's hieronder zijn gemaakt in Amersfoort.

 

Resten van middeleeuwse muren vindt men echter ook nog terug in Zwolle, Zutphen, IJsselstein, Culemborg, Deventer en Maastricht. In veel andere oude steden zijn de stadsmuren echter helaas verdwenen en staan (Delft, Enkhuizen) alleen nog nog torens en poorten die er deel van uitgemaakt hebben overeind. In Delft (Oostpoort), Woudrichem, Dordrecht (Cathrijnenpoort en Groot Hoofdspoort), Gorinchem (Dalempoort), Enkhuizen, Amsterdam, Zierikzee en een paar andere steden zijn één of meer oude stadspoorten echter wèl bewaard gebleven.  Bijzonder is dat Kampen de oude verdwenen stadsmuur voor een deel weer opnieuw heeft opgebouwd (compleet met toren bij de Oude Haven). Niet alleen uit toeristisch oogpunt, maar ook omdat deze muur de oude binnenstad moet beschermen bij hoog water.

Den Haag mocht dus omstreeks 1550 ook zo'n muur gaan bouwen, compleet met torens en poorten.

De bewoners moesten het geld wel zelf bij elkaar brengen, maar aangezien Den Haag al voor de gouden eeuw een groot aantal welvarende inwoners had (waarvan er veel 'blauw bloed' hadden), bleek dat geen groot probleem te zijn. Het geld was ingezameld, men had toestemming van Delft, Leiden en de andere steden en ook het Spaans gezag had geen bezwaar.

Men kon dus beginnen, maar hoe goed je ook zoekt, nergens zul je in deze stad de resten vinden van een stadsmuur. Het bestuur van Den Haag vertrouwde er op dat de Spanjaarden (de machthebbers) een tweede plundering van Den Haag niet zouden laten gebeuren. Een grote militaire aanwezigheid zou aanvallers wel afschrikken en een muur was eigenlijk helemaal niet zo mooi. Sterker nog, stadsmuren waren in vredestijd vooral erg lastig.

De Vestingsteden van Holland hadden bijna geen groei mogelijkheden. De stadsmuren zaten als een knellend harnas om de bebouwing heen. Even de muur afbreken en iets verderop weer opbouwen gebeurde maar zelden (Amersfoort / Maastricht en Amsterdam). Het bouwen van een muur was zeer kostbaar (en leverde finanicieel niet direct wat op).

Omdat een muur afbreken en opnieuw opbouwen te kostbaar was, moest er zuinig worden gedaan met de beschikbare ruimte. Men bouwde de huizen in de steden daarom dicht op elkaar, dwz de straten in die steden waren vaak zeer smal en er was bijna geen ruimte voor tuinen. In geval van brand waren de gevolgen van die bouwwijze natuurlijk rampzalig. De vlammen sloegen gemakkelijk over en het kwam voor dat de helft van een stad werd verwoest (bijv. na een blinksem inslag). Dit overkwam onder andere Delft en Enschede.

Den Haag had daarentegen  -in het verleden- alle ruimte om te groeien. Het was een dorp met het inwoneraantal van een stad, en er waren ongekend brede straten zoals het Lange Voorhout en achter de huizen was ruimte voor uitgestrekte tuinen.

Het stratenplan van Den Haag oogste bewondering in binnen- (Holland) en buitenland (de overige Nederlanden en Europa).

Stadsmuren waren dus zeker niet populair. Dat is ook de reden dat  ze vrijwel overal in Nederland snel werden afgebroken, nadat ze hun functie hadden verloren in de 19e eeuw. Vaak kwam er een groen 'stadspark' voor in de plaats.

Muur of Stadhuis

Nood brak echter wet en men zamelde in 1550 / '51 geld in voor Haagse stadsmuren. Dat door de burgers van Den Haag ingezamelde geld werd echter niet gebruikt voor de bouw van een hoge stadsmuur. Het gemeentebestuur liet van dat geld een indrukwekkend Raadhuis bouwen.

Toegeven, het is één van de mooiste stadhuisjes van Holland geworden (hoewel het Stadhuis van Gouda natuurlijk het allermooist is), maar er bleef na de bouw daarvan geen geld over om ook maar de meest eenvoudige verdedigingswerken te bouwen. Er kwam zelfs geen wal van hout.

Het feit dat er geen verdedigingswerken werden gebouwd bleek al snel een kapititale blunder te zijn, want enige jaren later was het oorlog en kwam het gemis aan muren Den Haag en haar inwoners zeer duur te staan.

Dit doet vermoeden dat de opstand voor Den Haag als een totale verrassing kwam. Wellicht was dat ook zo voor heel veel inwoners van de Nederlanden. De opstand begon eigenlijk vooral als een strijd tussen de Hollandse Adel en (steeds meer) Steden tegen de machthebbers uit Spanje. De opstand was in het begin nog zeer kleinschalig. Prins Willem van Oranje en zijn broers veroverden een paar steden en rukten zelfs op naar Brussel, maar na een voorspoedig begin van de strijd volgden harde klappen.

De Spanjaarden hadden meer troepen en bovendien ook de steun van de lokale bevolking. Die zaten -zoals zo vaak- niet te wachten op radicale veranderingen.

Ook de Beeldenstorm waar we zo veel over gehoord hebben op school, was vrij georganiseerd. Er werd -voordat men begon te 'stormen'- netjes toestemming gevraagd aan de stadsbesturen. Soms werd een 'storm' niet goedgekeurd en dan trok men (echt waar) gewoon verder naar de volgende stad, zonder ook maar een beeld aan te raken. Ook in Den Haag verliep alles rustig en kalm. De beelden verdwenen wel uit de Grote Kerk, en andere Katholieke Godshuizen, maar dit gebeurde zonder al te ruw breek- en hakwerk.

De opstand had als een nachtkaars "uit" kunnen gaan. Het heeft niet veel gescheeld of dat was ook daadwerkelijk gebeurd. Enkele Nederlanders zagen echter hun kans schoon om tijdens de chaos (die opstand toch wel met zich meebracht) te gaan plunderen. Dat was een eenvoudige manier om geld binnen te halen. Hollandse steden en dorpen waren rijk. De Gouden Eeuw was al begonnen. Deze Nederlanders verenigden zich en gingen de zee op.

Ze noemden zich de watergeuzen. Het woord "Geus" was eigenlijk een scheldwoord. Het was een verbastering van een frans woord dat "bedelaar" betekent. Toen lieden van adel bij de Spaanse Voogdes op bezoek waren gegaan om te vragen om meer Godsdienstvrijheid, was ze daar vrij nerveus van geworden. Één van haar adviseurs heeft toen in het Frans tegen haar gezegd dat ze niet bang hoefde te zijn, omdat dit 'slechts bedelaars' ('geux') waren zonder macht. Dat werd zo hard 'gefluisterd' dat de Hollanders het konden verstaan en zij noemden zich vanaf dat moment "Geuzen".

De watergeuzen waren een stelletje ongeregeld. De plaatsen langs de kust waren vrijwel allemaal nog in Spaanse handen en de Watergeuzen vielen hier regelmatig binnen. Het feit dat de steden in Spaanse handen waren betekende vaak niet dat er Spanjaarden op het Dorps- of Stadhuis zaten, maar Nederlanders die loyaal waren aan de Spaanse koning. We zouden dat collaborateurs kunnen noemen. Echter -zoals uit de tekst van ons volkslied wel blijkt- ook de Prins van Oranje wilde eigenlijk trouw blijven aan de Spaanse Koning. De Prins en zijn volgelingen waren niet tegen de Spaanse Koning, maar tegen de strenge godsdienst wetten.

De watergeuzen hadden geen duidelijke politieke motieven. Het ging ze in het begin vooral om geld.

Ze roofden, verkrachten en moorden er op los en vertrokken dan weer snel naar zee. Dat ze zich daarbij niet lieten afschrikken door muren bleek in Den Briel. Deze stad werd eveneens aangevallen, maar toen de Geuzen er vervolgens ook bleven en de Vlag van de Prins van Oranje boven de muren van de stad lieten wapperen, begreep de Prins dat hij wellicht met deze piraten kon samenwerken. Vanaf dat moment werkten Watergeuzen en de huurlingen legers van de Prins steeds vaker samen en daardoor kregen de Spanjaarden het een stuk lastiger.

Bovendien joeg de Koning van Spanje er tijdens andere oorlogen (Italië en Frankrijk) veel geld doorheen. Het kwam steeds vaker voor dat de Spaanse soldaten geen soldij ontvingen en dat was niet echt goed voor het moreel. Ook werden de Spaanse legers regelmatig weggeroepen om in die andere oorlogen te gaan vechten.

Den Haag was een rijke plaats en omdat er geen muren waren werd het dorp regelmatig door de Geuzen bezocht. Ook Spanjaarden die niet op tijd waren uitbetaald kwamen regelmatig buurten.

Huizen werden afgebrand en de bewoners werden massaal op de vlucht gejaagd. Met dit soort gedrag maakten de strijdende partijen zich niet echt populair. Omdat de Spanjaarden zich echter nog beestachtiger gedroegen dan de Geuzen en de Prins van Oranje bovendien zijn best deed om de Geuzenlegers in ordelijke troepen te veranderen, groeide de aanhang van de Prins van Oranje toch met de dag.

Den Haag had omstreeks 1570 een aanzienlijk deel van Haagse Bos laten kappen. Men wilde het hout gebruiken voor een soort verdedigingswal. Er werd iemand gevonden die de wal wel wilde maken, maar vervolgens kwam die man nooit meer opdagen.

Het hout lag dus netjes aan de rand van het dorp, maar er gebeurde niets mee. Zodat de Spaanse troepen in september 1573 Den Haag vrij makkelijk konden bezetten Françisco de Valdez, de legeraanvoerder, nam zijn intrek in het Haagse Binnenhof. Hij liet de wallen en versterkingen aan de oostkant van Den Haag aanleggen en uitbreiden. Zijn troepen legden een Beleg rond leiden 

Heet duurde tot 22 maart 1574 alvorens dat Beleg van Leiden werd gebroken. De Spanjaarden trokken zich terug uit Leiden en Den Haag. Korte tijd later keer keerden ze echter weer terug. In oktober werden de Spanjaarden wederom verjaagd. Het beroemde ontzet van Leiden (3 oktober), was dus ook het Den Haags' Ontzet. We vieren dat echter niet in Den Haag, want de Spanjaarden keerden weer terug naar onze stad. In Den Haag werd vervolgens op grote schaal geplunderd. Valdez probeerde dit te stoppen, maar werd door zijn eigen troepen gevangen gezet. De chaos was compleet.

In November trokken de meeste Spanjaarden weg in de richting van Haarlem. De laatste Spanjaarden werden in juni 1575 uit Den Haag verjaagd. Burgers van Den Haag begonnen langzaam aan  herstel van woningen, maar werden op 22 januari 1576 verrast door een enorme storm en een aardbeving !

Niet veel later ging de hele Vlamingstraat (waar veel huizen van hout hadden gestaan) in vlammen op. Op de plaats waar eens een groot nonnenklooster had gestaan werden later huizen gebouwd, die er tot 1750 hebben gestaan. Toen werden deze ook afgebroken en ontstond een marktplein. We kennen dit plein sinds die tijd als "Grote Markt".

De plaats waar het hout gekapt was dat gebruikt had moeten worden voor een primitieve verdedigingswal is 400 jaar later ook nog steeds een lege plek. We kennen dit stuk van het Haagse Bos nu als Malieveld.

De Spaanse verdedingswerken hebben lange tijd aan de oostkant van Den Haag gelegen. Er waren in juni 1575 plannen om ze uit te breiden, maar dat is nooit gebeurd.

Wederom toestemming voor een Stadsmuur (wal)

Het was duidelijk dat het dorp Den Haag muren nodig had. Hier werd ook over gesproken in de Staten van Holland en de Staten Generaal. De steden van Holland waren het ook nu, net als ongeveer 50 jaar eerder, wel eens met de noodzaak van die muren. Bovendien lag er een brief van Maurits (gestuurd in juni 1600), waarin hij wees op de noodzaak van een stadsmuur om Den Haag.
Den Haag mocht de muur gaan bouwen, maar alleen als de bewoners het benodigde geld (zelf) binnen een bepaalde tijd bij elkaar zouden hebben. Niet alleen mocht Den Haag haar muren bouwen, maar de bestuurders mochten daarna ook zitting hebben in de Staten van Holland en de Staten Generaal. Den Haag zou eindelijk een volwaardige stad worden.

Dat de bewoners zelf het geld voor een muur bij elkaar moesten krijgen was niet vreemd. Dat was in iedere stad het geval. Den Haag had echter bijna geen inwoners meer en absoluut geen geld. Het halve dorp lag in puin en de rijke bewoners waren bijna allemaal weggevlucht. Door de Opstand en de Pest was het dorp bijna geheel ontvolkt.

Er werden wel tekeningen gemaakt door een architect (H. Groll) voor een indrukwekkende verdedigingswal, maar de financiën om de wallen echt aan te leggen ontbraken. Toen de Prinsen van Oranje besloten om weer in Den Haag te gaan wonen (na de moord op Willem van Oranje) en ook 's lands regering terugkeerde, kwamen ook de rijke bewoners weer naar Den Haag. Den Haag wist het geld uiteindelijk toch bij elkaar te brengen. Het bouwen van de stadsmuren kon beginnen.

De stadsmuren van de 17e eeuw waren echter heel anders van vorm dan de muren die men voor die tijd gebouwd had. Den Haag zou geen hoge bakstenen muren krijgen. Tijdens de Opstand werden er namelijk nieuwe wapens ingezet en deze wapens (kanonnen) maakten 'gatenkaas' van de ouderwetse hoge stadsmuren van steen. Dat was voor het eerst gebleken tijdens de vervovering van het laatste Romeinse bolwerk in Europa (Byzanthium) omstreeks 1400. Italiaanse steden waren in de daarop volgende decennia overgegaan tot het bouwen van een nieuw soort verdedigingswerken.

In plaats van hoge dikke muren, werden er brede lage wallen van aarde aangelegd. {zie 17e eeuwse Vestingwerken}

Voor de stadswallen lagen vaak uitgestrekte grachtenstelsels.
Dit alles zou Den Haag aan het begin van de 17e eeuw ook gaan krijgen.

Enkele Haagse straatnamen doen veronderstellen dat de wallen inderdaad aangelegd zijn: "Prinsessewal" "Noordwal" en "Zuidwal".

Maar zoals ik in het begin van dit hoofdstuk al aangaf, heeft Den Haag nooit een volledige ring van stadsmuren of -wallen gehad. Het oude Den Haag lag op oude duinen. De grachten aan de oostkant groef men daar in. Verder naar het zuiden en het westen lag een lager gebied. Hier groef men niet, maar wierp men wallen op om het water rond de stad te laten stromen.

Geen stadsmuren dus.

Den Haag bleef 'open', brug over en je was er...

Denneweg Herengracht

Het benodigde geld kregen de bewoners uiteindelijk wel bij elkaar, maar toen ze er mee naar de Staten gingen, wezen die op de kalender en verklaarden ze doodleuk dat men te laat was. Bovendien stelde het bestuur van Den Haag zelf enkele eisen waar de Staten van Holland niet mee akkoord konden gaan.  Het was vooral Delft dat dwars lag.

De Noordelijke Vestingwerken van 1629

In 1629 is men aan de Noordkant van Den Haag (Noordsingelgracht bij het Noordeinde) wel begonnen met het aanleggen van Vestingwerken. Dat werd gedaan na geruchten dat Duinkerkers naar Den Haag onderweg waren. Er kwamen enkele ravelijnen (werken die een wal tussen twee torens moesten beschermen) en wachthuizen van steen. Ook werd er een begin gemaakt met het aanleggen van een wal van zand en puin.

Men voelde zich gesteund door de brief uit 1600 van Prins Maurits, waarin was aangedrongen op de bouw van verdedigingswerken en ook Frederik Hendrik die zijn half broer in 1625 was opgevolgd was ermee akkoord gegaan. De bestuurders van Delft waren echter doodsbang dat Den Haag economisch (ook) belangrijker zou gaan worden dan Delft en dienden protest in bij de Staten van Holland. Deze verklaarden na enige vergaderingen de werkzaamheden illegaal en de bouwwerkzaamheden dienden te worden gestaakt. Er was al een heleboel gereed, maar dat moest weer worden afgebroken.

In 1635 begon men weer (illegaal) aan vestingwerken, in de hoop dat Delft nu geen bezwaar zou maken. De bestuurders van die stad eisten echter wederom de stopzetting van de activiteiten en wederom moest alles weer worden afgebroken.

In 1672 deed men weer een poging. Dit was het Rampjaar waarin de Republiek in oorlog was met 4 machtige tegenstanders : Engeland, Frankrijk en twee Duitse Koninkrijken.

De Fransen stuurden de Hertog van Luxemburg met een leger naar Holland. Hij veroverde Woerden en maakte zich klaar om naar het Regeringscentrum van de Republiek op te trekken. De troepen in Den Haag werden in staat van paraatheid gebracht. De bruggen over de Singelgracht gingen omhoog en op de kades kwamen kanonnen te staan.

In het centrum van Den Haag werd Johan de Witt vermoord en Stadhouder Prins Willem (III) van Oranje werd benaderd door de bestuurders van Den Haag met een verzoek om (eindelijk) vestingwerken aan te mogen leggen. Ze verwachtten nu immers geen tegenstand meer van de Staten van Holland.
De Republikeinse legers boekten op dat moment echter grote overwinningen op het slagveld en de vijandelijke legers werden teruggedrongen. Er werd vrede gesloten en Willem III achtte het vervolgens niet verstandig om vestingwerken aan te leggen rond Den Haag. Dat zou door de buitenlandse mogenheden uitgelegd kunnen worden als provocatie of voorbereiding op een nieuwe oorlog.

Den Haag mocht niet gaan bouwen en er is na 1672 ook nooit meer -op hoog niveau- over gesproken. In plaats van muren kreeg Den Haag in de 18e en 19e eeuw steeds meer kazernes binnen de Singelgracht.

Stadsrechten kreeg de stad pas veel later, in 1806. Toen mocht het ook als stad mee regeren totdat steden en dorpen werden opgeheven en er alleen nog sprake was van gemeentes.

Toch ziet men al in 17e en 18e  eeuwse stukken (ook de officiële) vaak dat men het over 'de Stad Den Haag' heeft. Een stad zonder muren.

Zie verder "De Haagse Verdedigingssingel"