
Zie ook
de hoofdstukken :


|
 |
 |
In feite zijn er twee Prinsessegrachten. De oude die
omstreeks 1595 gegraven is en de nieuwe van 1706. Ze maakten allebei deel uit van de
Verdedigingssingel.
De gracht is genoemd naar Prinses Amalia van Solms,
echtgenote van Frederik Hendrik.
Het in 1706 gegraven gedeelte werd vroeger "Nieuwe
Prinsessegracht" genoemd, maar die naam is in de loop van de tijd vervallen. De
Singelgracht tussen Herengracht en de Nieuwe Uitleg heet nu in zijn geheel
Prinsessegracht.
Bijzonder aan de Prinsessegracht is dat hier sprake is van
een gracht waar slechts aan één kant bebouwing te vinden is. aan de andere kant liggen
Koningspark en Malieveld.
Het oudste deel van de Prinsessegracht is gegraven toen de
Spanjaarden uit dit gebied verdreven waren. Een groot deel van het Haagsche Bos was
omstreeks 1570 gekapt door de inwoners van Den Haag omdat men hout nodig had voor
(eenvoudige) verdedigingswerken. De Hagenaars hebben dit hout nooit zelf kunnen gebruiken.
De Spanjaarden namen het mee naar Leiden, alwaar ze er gebruik van maakten tijdens hun
beleg van die stad.
|

 |
Het stuk bos dat gekapt was groeide nooit meer terug, de
duinen werden afgegraven en het zand werd samen met het overgebleven hout gebruikt voor de
wederopbouw van Den Haag en andere steden. Vervoer gebeurde in die tijd vooral met schepen
en daarom groef men de Prinsessegracht (de Herengracht, de Wijnhaven en de Turfgracht). Zo
kon men via het Spui (13e eeuwse gracht) en de Trekvliet de stad verlaten.
Het vlakke gebied dat overbleef aan de oostkant van de
Prinsessegracht noemen we Malieveld. Dat het water dat aan dat veld grenst 'jonger' is dan
het zuiderlijke stuk komt omdat de Prinsessegracht vroeger een vreemde knik maakte. Het
water liep verder via Smidswater en Hooigracht. Via die twee grachten sloot de
Prinsessegracht aan op de Noord Singelsgracht. (en de rest van de Verdedigingssingel).
|
|

|
Omstreeks 1706 werd de Prinsessegracht (zoals geschreven)
verlengd en tussen 1826 en 1862 werd het water nog verder doorgetrokken. Men groef toen
richting Scheveningen (Koninginnegracht en het Kanaal). Het was de bedoeling om een
verbinding met zee te maken, maar dat is door diverse oorzaken aan die kant van de stad
niet gelukt.
|
|

|
Geldgebrek is er uiteindelijk de oorzaak van dat Den Haag
nooit Stadsmuren heeft gekregen. Het verhaal dat Den Haag een dorp was en daarom geen
muren heeft gekregen is een mythe. Den Haag werd al in de 17e eeuw stad genoemd (het was
in feite de Hoofdstad van de Republiek) en inwoners van Den Haag hadden al in de 14e eeuw
dezelfde rechten en plichten als inwoners van 'echte' Steden. Den Haag had ook het bestuur
van een stad. In de 16e eeuw mocht Den Haag muren bouwen (iets wat alleen steden mochten
doen), maar het stadsbestuur heeft het ingezameld geld toen gebruikt om het Stadhuis aan
de Groenmarkt te bouwen.
30 jaar later werd door Prins Maurits aangedrongen om Den
Haag door moderne verdedigingswallen te omgeven, maar daar was helemaal geen geld voor,
omdat het herstel van de oorlogsschade aan de stad eerst moest worden gefinancierd. De
aanleg van muren, wallen en verdedigingssingels was duur. Het benodigde geld kon niet
direct worden gevonden. Toen Den Haag het uiteindelijk toch gevonden had stond Delft
"in de weg". De bestuurders van die stad waren bang dat Den Haag te machtig zou
worden als het naast Regeringsstad en Residentie (woonplaats Prinsen van Oranje) ook nog
stadsrechten en een verdedigingswal zou krijgen.
|
 |
Na 1700 gaf Delft het protest op, maar vond men het in Den
Haag niet meer nodig om muren te bouwen of wallen aan te leggen.
De Verdedigingssingel is één keer in staat van paraatheid
gebracht (met kanonnen op de kades en alle bruggen open), in het jaar 1672. Het gerucht
ging dat de Fransen in aantocht waren, maar in feite was dat een list van de inwoners van
Den Haag om de Gevangenpoort te kunnen bestormen. Ze wilden het hoofd van Johan de
Witt en kregen dat ook.
Om Den Haag stonden dus nooit stadsmuren en de huizen
staan hier dan ook dicht bij het water.
|
 |
Dat 'dichtbij' is wel betrekkelijk, want de kade van het
18e eeuwse gedeelte is in 1968 breder gemaakt, zodat er ruimte is voor een tweebaans
autoweg, parkeerplaatsen, 2x tramrails en een rij bomen langs het water. De
Prinsessegracht zelf is daarom tussen de Gietkom en Koninginnegracht relatief smal.
|
 |
De gebouwen langs het 18e eeuwse gedeelte (tegenover het
Malieveld) zijn nu het oudst. In de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van de bebouwing
langs de oorspronkelijke (17e eeuwse) Prinsessegracht namelijk beschadigd. Ondanks het
feit dat de gevels nog overeind stonden (en er tot ongeveer 1956 gestaan
hebben (!)) is er niets bewaard gebleven. Kijkend naar een foto van 1956 vraag ik me af of
men de Gevel niet had kunnen laten staan ! Dan was de nieuwbouw er achter 'verstopt'.
Één van de gebouwen, op de hoek van het Korte Voorhout, was ontworpen door de architect
Pieter Post.
Het ministerie van Financiën staat nu op deze plek. Wat
mij betreft het lelijkste gebouw van de stad, op een locatie waar natuurlijk een
visitekaartje had moeten (blijven) staan.
|
| |
Één van de oudste gebouwen langs de gracht was de
Kanongieterij van 1660. Ook dat gebouw heeft helaas het bombardement niet overleeft. Men
heeft er na de oorlog een minder mooi gebouw neergezet dat enkele jaren geleden gelukkig
is vervangen door een gebouw dat enige gelijkenis vertoont met de oude Gieterij : De
Artillerie.
Links van de Gieterij heeft een tijdlang een schouwburgje
gestaan. Ook die is verwoest en ook daar is een minder geslaagd pand
neergezet.
Aan de Prinsessegracht stond vroeger verder nog een
prachtig gebouw van de Academie voor Beeldende Kunsten. Dat is helaas in de jaren '30 al
gesloopt.
Zucht. Er waren wellicht nog geen vrienden van Den Haag..
|
| |
Schitterend zijn de voormalige Patriciërs
huizen rechts van de Artillerie. De huizen zijn vrijwel allemaal in de Lodewijk (Louis-IX) stijl gebouwd. Toen men hier begon te bouwen waren er
strenge regels opgesteld door de bestuurders van de stad ten aanzien van hoogte en breedte
van de gebouwen.
Bouwmeesters waren Jacob van Dijk, Johannis
Swaartveger, Johannes Wapperom en een leerling van meester-architect Daniel Marot, Jan
Baptist Luraghi. Men vermoedt dat ook Marot zelf zich met de bouw heeft bemoeid. Zeker is
dat hij de Synagoge heeft ontworpen. Deze wordt nog steeds gebruikt.
Hier woonden in de 18e eeuw enkele zeer rijke
Hagenaars. Op nummer 29 woonde in de 19e eeuw burgemeester Copes van Cattenburch
(1771-1842).
Het uitzicht op het Malieveld en Haagse Bos is
nu (nog) erg mooi, maar was toen (zonder het drukke verkeer) vanzelfsprekend nòg veel
mooier. Wellicht verlengd men de Koningstunnel ooit nog eens.
Het zicht vanaf het Malieveld op deze rij
gebouwen is nog altijd adembenemend. Daarom is dit deel van de Prinsessegracht één van
de mooiste grachten van de stad.
In het, in de Lodewijk-XIV stijl gebouwde,
Prinsessegracht 23 is het Koninklijk Instituut van Ingenieurs gevestigd. Het gebouw is in
1728 gebouwd in opdracht van Gerrit Meerman, een President-Hoogheemraad van het
Grootwaterschap Woerden. Hij was een rijke groot-grondbezitter en schoonzoon van Jacob
Hop, een regent van Amsterdam. Na de dood van Gerrit Meerman en zijn vrouw kwam het huis
in handen van de gebroeders Hop. Hendrik Hop was gezant van ons land te Brussel. Hij is de
uitvinder van de Haagse Hopjes.
Nadat Brussel onder de voet was gelopen door de Fransen keerde hij terug naar Den Haag. Op
een avond viel hij in slaap terwijl hij net een kop koffie met melk en suiker had klaar
gezet (wellicht om wakker te blijven). Tijdens een lange slaap bij het haardvuur verdampte
de koffie en toen Hop 's ochtends wakker werd was er alleen een hard aangekoekt laagje
overgebleven. Hij rook er aan en besloot het toch eens te proeven. Het smaakte zo
bijzonder dat hij met het spul naar een bakker (Theodorus van Haaren) die er een snoepje
van wist te maken. Het is een bekende lekkernij geworden, dat sinds 1880 (bijna 100 jaar
na de uitvinding ervan) de naam Haagsch Hopje draagt.
|
 |
Museum Meermanno-Westreenianum
(Prinsessegracht 30) is in 2002 & 2009 gerestaureerd. Het is een gebouw uit 1708 dat
in kleur en bouwstijl afwijkt van de andere gebouwen langs het water. Al in 1751 kwam het
huis in handen van de familie Westhreenen.
In 1783 werd Willem Hendrik Jacob Westhreenen
geboren in het bijzondere huis aan de gracht. Hij studeerde in Leiden. Na de inval van de
Fransen gingen veel van zijn vrienden voor de 'bezetter' werken, maar W.H.J. Westhreenen
deed dat niet. Hij leefde van het familie kapitaal en begon munten, geschriften en
dergelijke verzamelen. Na de bevrijding (1813) werd Westhreenen beloond voor zijn
weigering om voor de bezetter te werken en hij werd lid van de Staten van Holland. Zijn
naam werd veranderd in Westreenen van Tiellandt en hij kreeg de titel van Baron. In 1842
werd hij tevens directeur van de Koninklijke Bibliotheek. Hij bleef echter een liefhebber
van oude geschriften en deelde die passie met zijn oud-oom Johan Meerman. Enkele jaren na
hun dood werd het huis aan de Prinsessegracht 30 een museum.
Museum Meermanno-Westreenianum richt zich op
het geschreven en gedrukte boek in het heden en verleden. Meer dan tienduizend oude
munten, penningen, vijftienduizende zeldzame boeken, driehonderd handschriften en nog veel
meer bijzonderheden zijn er te vinden. De uiterlijke vorm en de ontwikkeling van de
vormgeving van boeken staan hier centraal.
|
 |
De tekening hierboven laat
zien hoe de nieuwbouw plannen van F.H. Warnaars er uit rond 1950 (na de verwoestende
bombardementen van 1945) uitzagen. Had men deze plannen maar uitgevoerd. Wat links te zien
is, is waar nu het ministerie van Financiën staat..
Ai !
De heer Warnaars had visie en
stijl. Aan de andere kant van de Bosbrug kunnen we een stuk het Korte Voorhout in
kijken. Prachtige panden waren er bedacht, Den Haag zoals het had kunnen en vooral moeten
zijn !
Rechts is alleen de Artillerie
eind 20e eeuw uitgevoerd zoals in de plannen 50 jaar eerder getekend was. Dit zou een
fantastische entree naar de stad zijn geweest.
|