Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

e-mail

 

Pagina's over Den Haag

English Deutsch

Haagse Grachten: Prinsessegracht
(
Voorheen Boschkant)
)
Versie van : 15-09-13

Index Nieuw op deze site Rondleidingen Oude Stad Uitgaan in Den Haag Links

Zie ook de hoofdstukken :



Den Haag

In feite zijn er twee Prinsessegrachten. De oude die omstreeks 1595 gegraven is en de nieuwe van 1706. Ze maakten allebei deel uit van de Verdedigingssingel.

De gracht is genoemd naar Prinses Amalia van Solms, echtgenote van Frederik Hendrik.

Het in 1706 gegraven gedeelte werd vroeger "Nieuwe Prinsessegracht" genoemd, maar  die naam is in de loop van de tijd vervallen. De Singelgracht tussen Herengracht en de Nieuwe Uitleg heet nu in zijn geheel Prinsessegracht.

Bijzonder aan de Prinsessegracht is dat hier sprake is van een gracht waar slechts aan één kant bebouwing te vinden is. aan de andere kant liggen Koningspark en Malieveld.

Het oudste deel van de Prinsessegracht is gegraven toen de Spanjaarden uit dit gebied verdreven waren. Een groot deel van het Haagsche Bos was omstreeks 1570 gekapt door de inwoners van Den Haag omdat men hout nodig had voor (eenvoudige) verdedigingswerken. De Hagenaars hebben dit hout nooit zelf kunnen gebruiken. De Spanjaarden namen het mee naar Leiden, alwaar ze er gebruik van maakten tijdens hun beleg van die stad.



Het stuk bos dat gekapt was groeide nooit meer terug, de duinen werden afgegraven en het zand werd samen met het overgebleven hout gebruikt voor de wederopbouw van Den Haag en andere steden. Vervoer gebeurde in die tijd vooral met schepen en daarom groef men de Prinsessegracht (de Herengracht, de Wijnhaven en de Turfgracht). Zo kon men via het Spui (13e eeuwse gracht) en de Trekvliet de stad verlaten.

Het vlakke gebied dat overbleef aan de oostkant van de Prinsessegracht noemen we Malieveld. Dat het water dat aan dat veld grenst 'jonger' is dan het zuiderlijke stuk komt omdat de Prinsessegracht vroeger een vreemde knik maakte. Het water liep verder via Smidswater en Hooigracht. Via die twee grachten sloot de Prinsessegracht aan op de Noord Singelsgracht. (en de rest van de Verdedigingssingel).

Omstreeks 1706 werd de Prinsessegracht (zoals geschreven) verlengd en tussen 1826 en 1862 werd het water nog verder doorgetrokken. Men groef toen richting Scheveningen (Koninginnegracht en het Kanaal). Het was de bedoeling om een verbinding met zee te maken, maar dat is door diverse oorzaken aan die kant van de stad niet gelukt.

Geldgebrek is er uiteindelijk de oorzaak van dat Den Haag nooit Stadsmuren heeft gekregen. Het verhaal dat Den Haag een dorp was en daarom geen muren heeft gekregen is een mythe. Den Haag werd al in de 17e eeuw stad genoemd (het was in feite de Hoofdstad van de Republiek) en inwoners van Den Haag hadden al in de 14e eeuw dezelfde rechten en plichten als inwoners van 'echte' Steden. Den Haag had ook het bestuur van een stad. In de 16e eeuw mocht Den Haag muren bouwen (iets wat alleen steden mochten doen), maar het stadsbestuur heeft het ingezameld geld toen gebruikt om het Stadhuis aan de Groenmarkt te bouwen.

30 jaar later werd door Prins Maurits aangedrongen om Den Haag door moderne verdedigingswallen te omgeven, maar daar was helemaal geen geld voor, omdat het herstel van de oorlogsschade aan de stad eerst moest worden gefinancierd. De aanleg van muren, wallen en verdedigingssingels was duur. Het benodigde geld kon niet direct worden gevonden. Toen Den Haag het uiteindelijk toch gevonden had stond Delft "in de weg". De bestuurders van die stad waren bang dat Den Haag te machtig zou worden als het naast Regeringsstad en Residentie (woonplaats Prinsen van Oranje) ook nog stadsrechten en een verdedigingswal zou krijgen.

Tuinen en Koetshuizen

Na 1700 gaf Delft het protest op, maar vond men het in Den Haag niet meer nodig om muren te bouwen of wallen aan te leggen.

De Verdedigingssingel is één keer in staat van paraatheid gebracht (met kanonnen op de kades en alle bruggen open), in het jaar 1672. Het gerucht ging dat de Fransen in aantocht waren, maar in feite was dat een list van de inwoners van Den Haag om de Gevangenpoort te kunnen  bestormen. Ze wilden het hoofd van Johan de Witt en kregen dat ook.

Om Den Haag stonden dus nooit stadsmuren en de huizen staan hier dan ook dicht bij het water.

Koetshuizen

Dat 'dichtbij' is wel betrekkelijk, want de kade van het 18e eeuwse gedeelte is in 1968 breder gemaakt, zodat er ruimte is voor een tweebaans autoweg, parkeerplaatsen, 2x tramrails en een rij bomen langs het water. De Prinsessegracht zelf is daarom tussen de Gietkom en Koninginnegracht relatief smal.

De gebouwen langs het 18e eeuwse gedeelte (tegenover het Malieveld) zijn nu het oudst. In de Tweede Wereldoorlog is een groot deel van de bebouwing langs de oorspronkelijke (17e eeuwse) Prinsessegracht namelijk beschadigd. Ondanks het feit dat de gevels nog overeind stonden (en er tot ongeveer 1956 gestaan hebben (!)) is er niets bewaard gebleven. Kijkend naar een foto van 1956 vraag ik me af of men de Gevel niet had kunnen laten staan ! Dan was de nieuwbouw er achter 'verstopt'. Één van de gebouwen, op de hoek van het Korte Voorhout, was ontworpen door de architect Pieter Post. 

Het ministerie van Financiën staat nu op deze plek. Wat mij betreft het lelijkste gebouw van de stad, op een locatie waar natuurlijk een visitekaartje had moeten (blijven) staan.

 

Één van de oudste gebouwen langs de gracht was de Kanongieterij van 1660. Ook dat gebouw heeft helaas het bombardement niet overleeft. Men heeft er na de oorlog een minder mooi gebouw neergezet dat enkele jaren geleden gelukkig is vervangen door een gebouw dat enige gelijkenis vertoont met de oude Gieterij : De Artillerie.

Links van de Gieterij heeft een tijdlang een schouwburgje gestaan. Ook die is verwoest en ook daar is  een minder geslaagd pand neergezet. 

Aan de Prinsessegracht stond vroeger verder nog een prachtig gebouw van de Academie voor Beeldende Kunsten. Dat is helaas in de jaren '30 al gesloopt.

Zucht. Er waren wellicht nog geen vrienden van Den Haag..

 

Schitterend zijn de voormalige Patriciërs huizen rechts van de Artillerie. De huizen zijn vrijwel allemaal in de Lodewijk (Louis-IX) stijl gebouwd. Toen men hier begon te bouwen waren er strenge regels opgesteld door de bestuurders van de stad ten aanzien van hoogte en breedte van de gebouwen.

Bouwmeesters waren Jacob van Dijk, Johannis Swaartveger, Johannes Wapperom en een leerling van meester-architect Daniel Marot, Jan Baptist Luraghi. Men vermoedt dat ook Marot zelf zich met de bouw heeft bemoeid. Zeker is dat hij de Synagoge heeft ontworpen. Deze wordt nog steeds gebruikt.

Hier woonden in de 18e eeuw enkele zeer rijke Hagenaars. Op nummer 29 woonde in de 19e eeuw burgemeester Copes van Cattenburch (1771-1842).

Het uitzicht op het Malieveld en Haagse Bos is nu (nog) erg mooi, maar was toen (zonder het drukke verkeer) vanzelfsprekend nòg veel mooier. Wellicht verlengd men de Koningstunnel ooit nog eens.

Het zicht vanaf het Malieveld op deze rij gebouwen is nog altijd adembenemend. Daarom is dit deel van de Prinsessegracht één van de mooiste grachten van de stad.

In het, in de Lodewijk-XIV stijl gebouwde, Prinsessegracht 23 is het Koninklijk Instituut van Ingenieurs gevestigd. Het gebouw is in 1728 gebouwd in opdracht van Gerrit Meerman, een President-Hoogheemraad van het Grootwaterschap Woerden. Hij was een rijke groot-grondbezitter en schoonzoon van Jacob Hop, een regent van Amsterdam. Na de dood van Gerrit Meerman en zijn vrouw kwam het huis in handen van de gebroeders Hop. Hendrik Hop was gezant van ons land te Brussel. Hij is de uitvinder van de Haagse Hopjes.
Nadat Brussel onder de voet was gelopen door de Fransen keerde hij terug naar Den Haag. Op een avond viel hij in slaap terwijl hij net een kop koffie met melk en suiker had klaar gezet (wellicht om wakker te blijven). Tijdens een lange slaap bij het haardvuur verdampte de koffie en toen Hop 's ochtends wakker werd was er alleen een hard aangekoekt laagje overgebleven. Hij rook er aan en besloot het toch eens te proeven. Het smaakte zo bijzonder dat hij met het spul naar een bakker (Theodorus van Haaren) die er een snoepje van wist te maken. Het is een bekende lekkernij geworden, dat sinds 1880 (bijna 100 jaar na de uitvinding ervan) de naam Haagsch Hopje draagt.

 

Museum Meermanno-Westreenianum (Prinsessegracht 30) is in 2002 & 2009 gerestaureerd. Het is een gebouw uit 1708 dat in kleur en bouwstijl afwijkt van de andere gebouwen langs het water. Al in 1751 kwam het huis in handen van de familie Westhreenen.

In 1783 werd Willem Hendrik Jacob Westhreenen geboren in het bijzondere huis aan de gracht. Hij studeerde in Leiden. Na de inval van de Fransen gingen veel van zijn vrienden voor de 'bezetter' werken, maar W.H.J. Westhreenen deed dat niet. Hij leefde van het familie kapitaal en begon munten, geschriften en dergelijke verzamelen. Na de bevrijding (1813)  werd Westhreenen beloond voor zijn weigering om voor de bezetter te werken en hij werd lid van de Staten van Holland. Zijn naam werd veranderd in Westreenen van Tiellandt en hij kreeg de titel van Baron. In 1842 werd hij tevens directeur van de Koninklijke Bibliotheek. Hij bleef echter een liefhebber van oude geschriften en deelde die passie met zijn oud-oom Johan Meerman. Enkele jaren na hun dood werd het huis aan de Prinsessegracht 30 een museum.

Museum Meermanno-Westreenianum richt zich op het geschreven en gedrukte boek in het heden en verleden. Meer dan tienduizend oude munten, penningen, vijftienduizende zeldzame boeken, driehonderd handschriften en nog veel meer bijzonderheden zijn er te vinden. De uiterlijke vorm en de ontwikkeling van de vormgeving van boeken staan hier centraal.

In augustus 2013 zijn de bomen langs het water omgehakt, ook de bomen die in 2010 nieuw waren neergezet. Eind 2013 komen er nieuwe bomen voor terug. Tot die tijd hebben we een mooi uitzicht op de 18e eeuwse panden van het "Joodsche Eiland".

 

De tekening hierboven laat zien hoe de nieuwbouw plannen van F.H. Warnaars er uit rond 1950 (na de verwoestende bombardementen van 1945) uitzagen. Had men deze plannen maar uitgevoerd. Wat links te zien is, is waar nu het ministerie van Financiën staat.. 

Ai !

De heer Warnaars had visie en stijl.  Aan de andere kant van de Bosbrug kunnen we een stuk het Korte Voorhout in kijken. Prachtige panden waren er bedacht, Den Haag zoals het had kunnen en vooral moeten zijn !

Rechts is alleen de Artillerie eind 20e eeuw uitgevoerd zoals in de plannen 50 jaar eerder getekend was. Dit zou een fantastische entree naar de stad zijn geweest.