Den Haag
Hoofdstad van Zuid Holland
Regeringsstad en Residentie

van Nederland

Door Chris Schram

 

De Pagina's over de geschiedenis en historie van Den Haag

English Deutsch

Alfabetische Index Nieuw op deze site Stadswandelingen Rondvaart Uitgaan in Den Haag Links

 

Het Regeringscentrum

Binnenhof

Circa 1600

Sneeuwstorm

 

 


In het Kort :

Officieel verstaat men onder het "Binnenhof" het terrein rond het kasteel en alle op & om dat terrein (plein) staande (poort)gebouwen, en de Gevangenpoort. Dit ondanks het feit dat de Gevangenpoort aan het Buitenhof grenst.

Vroege geschiedenis
In november 1229 kocht graaf van Holland Floris IV een landgoed van Vrouwe Meiland van Wassenaar in de oude Duinen achter Scheveningen, vlak bij het gehucht Eijk en Duinen. Het landgoed zou volgens sommige bronnen kort daarvoor geplunderd zijn door enkele roofridders. De Graven van Holland hadden bij Loosduinen al een jachtslot gehad dat bij een klooster lag. Bovendien verbleven ze regelmatig in een versterkte woning te  's Gravezande.  Floris IV wilde echter een huis op 'eigen grond'. Sinds 1097 hadden de graven al een woning bij de Plaats, maar Floris IV zocht wellicht een plaats die beter te verdedigen was.

Tussen 1230 en 1234 liet Floris de oude Hoeve van vrouwe van Meiland van Wassenaar ombouwen tot een klein kasteel (Donjon), waarbij mogelijk van de oudere bouwresten gebruik gemaakt werd. Om het gehele terrein werden wallen van aarde en hout opgeworpen. Namen als Fluwelen Burgwal, Lutherse Burgwal en Gedempte Burgwal herinneren ons aan de afmetingen van dit terrein. Een dorp was er nog niet. Alleen deze hoeve in het bos.

Nadat de zoon van Floris IV, Willem II tot Roomskoning van het Duits-Romaanse rijk was gekroond (1248) zette deze de bouw voort. 

Graaf Willem II had enkele militaire successen behaald in (het huidige) Duitsland en zou door de Paus tot keizer gekroond worden. Daarom wilde hij een indrukwekkend paleis hebben in zijn 'geboorteland' Holland. Kiezen voor één van de bestaande steden zou tot jaloersie hebben geleid van de andere steden. Daarom besloot Willem II wijzelijk tot de bouw van een paleis in het bos. Het moet in die tijd tot vele gefronste wenkbrouwen hebben geleid.

Voordat de kroning plaats zou vinden, wilde Willem de oude vijanden van Holland, de West-Friezen, nog even een gevoelige nederlaag toebrengen.  Hij zou er dan als keizer geen last meer van hebben. Hij had beter kunnen wachten, want Willem verloor niet alleen de slag, maar ook zijn leven. [zie Geschiedenis]

Holland heeft vervolgens nooit een Keizer voortgebracht. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Luxemburg, dat diverse keizers heeft 'geleverd'.

De bouw van het kasteel werd voltooid onder Graaf Floris V, de zoon van Willem II. Het kasteel bestond toen uit een woongedeelte (Rolgebouw), met Haagtoren en "De Grote Zaal" (sinds de 19e eeuw Ridderzaal genoemd). Vanaf dat moment gold het als de residentie van de graven van Holland. Het was omgeven door muren (met torens en poorten) en slotgrachten.

De situatie is waarschijnlijk niet veel anders geweest dan in Gent ("Gravensteen"). Een foto van de situatie in Gent is hieronder te zien.

Gent

Het ommuurde en omgrachte terrein waarop dit grafelijke paleis stond, grensde aan de westzijde aan een voorhof (het Buitenhof) met de stallen en andere gebouwtjes, dat vanuit het noorden alleen bereikbaar was via een poort (Gevangenpoort). Aan de oostzijde grensde het terrein aan een gebied met moestuinen (tegenwoordig het Plein) en het Haagse Bos.

Nadat de familie-tak van Floris IV in 1299 uitstierf kreeg Holland graven uit het graafschap Henegouwen. Deze Henegouwse graven maakten in het begin van de 14e eeuw nauwelijks gebruik van het paleis. Uit die tijd is dan ook niet veel bekend van Den Haag en het Haagse Hof. Het kasteel zal aan verval onderhevig geweest zijn.

Regen, wind, zon en vorst zullen hun tol hebben geeist evenals plantengroei.

Albrecht van Beieren en diens opvolger, Willem IV, woonden vrijwel permanent op het Binnenhof. Vooral Graaf Albrecht lijkt van groot belang geweest voor de ontwikkeling van veel Hollandse Steden. Wanneer je de geschiedenis van grote Hollandse Steden (maar ook bijvoorbeeld Noordwijk, waarvan hij de Stadsrechten afnam) bekijkt, blijkt vaak dat Albrecht de aanzet/toestemming heeft gegeven tot voor die steden belangrijke ontwikkelingen. Ongetwijfeld heeft dat ook met de tijd te maken gehad. De steden begonnen door een steeds beter wordend economisch 'klimaat' te groeien.

Door de graven Albrecht en Willem IV werd het Binnenhof complex aanzienlijk uitgebreid, waardoor het Binnenhof langzamerhand geheel door bebouwing omgeven raakte. Er zijn bronnen die doen vermoeden dat de Hofvijver ontstond (gegraven werd) in de tijd van Albrecht van Beieren.

Toen Holland in 1433 deel ging uitmaken van het Bourgondische rijk, verloor het grafelijke paleis zijn eigenlijke functie, waarna het wederom langzaam verviel.

[Meer over Albrecht en de andere graven : Geschiedenis]

Steden in de Nederlanden waren machtig. Het werden er ook steeds meer. Aangezien de graaf niet in iedere stad te gelijk kon zijn hadden de graaf (van Holland, maar ook andere gebieden in het huidige Nederland & België) reeds in de 13e eeuw zgn "stadhouders" in dienst. Zij waren plaatsvervangers van de graaf. De titel "Stadhouder" bleef ook bestaan toen de graaf niet langer uit Holland kwam, maar uit Henegouwen en ook na die periode. Toen er na Willem IV geen graaf meer op het Binnenhof woonde (Middelburg in Zeeland was nu "residentie" werd een deel van de bebouwing langs de Hofvijver permanent voor de Stadhouders ingericht. Dit bleef ook zo tijdens de Spaanse Periode en de jaren van de Republiek. Stadhouders waren nu geen vervangers meer van een graaf, maar eerst van de Koning van Spanje en later van de Republikeinse Regering (Staten van Holland & Staten Generaal)

In 1585 vestigde prins Maurits zich in het Stadhouderlijk Kwartier en in hetzelfde jaar werd het Binnenhof de zetel van de Staten-Generaal. De onder Maurits uitgevoerde verbouwing en uitbreiding van het Stadhouderlijk Kwartier (met o.a. de Mauritstoren) was het begin van een langzaam voortschrijdende gedaante- wisseling van het Binnenhof, die met de bouw van de zuidvleugel onder Stadhouder Willem V voorlopig een einde vond.

Poorten

Het Binnenhof is via een aantal poorten bereikbaar: vanuit het westen, vanaf het Buitenhof, door de Stadhouderspoort, vanuit het zuiden, vanaf de hofsingel, door de Hofpoort en vanuit het oosten door de bij het Mauritshuis staande Mauritspoort. Op het Binnenhof zelf staat tegenwoordig nog de Binnen- (of Midden)poort, die de verbinding vormt tussen de bebouwing aan de noordzijde en de Ridderzaal. De Buitenhofzijde van de Stadhouderspoort is een kopie van de oorspronkelijke zandstenen poortboog uit 1550, die thans in de tuin van het Amsterdamse Rijksmuseum staat. De Maurits- en Binnenpoort stammen beide uit 1634, terwijl de Hofpoort van het einde van de 18e eeuw dateert. Tot circa 140 jaar geleden bevondt zich aan de zuid-oost zijde nog een prachtige toegangspoort, de zogenaamde Spuipoort, compleet met torens. Deze is echter in de jaren 60 van de 19e eeuw afgebroken. Ook een kleine poort naast de Ridderzaal bij de "keukenhof" is verdwenen.

 


't  Keurhuys

 

Waterpomp

Op het Binnenhof vindt men één van de oude waterpompen die Den Haag nog rijk is (de anderen vindt men bij de Grote Kerk, in het Hofje van Wouw, in het Hofje van Nieuwkoop en op het Lange Voorhout)

De fontein

De fontein, met het beeld van WIllem II, is in 1885 geschonken door Jhr. Victor de Stuers en 86 (!) andere inwoners van Den Haag als dank voor de restauratie van de Ridderzaal.

De tekst op de fontein luidt :
Ter nagedachtenis aan den Graaf van Holland, Koning Willem II, den begunstiger der Stedelijke wijsheden, den beschermer der Kunst, den stichter der kastelen van 's Gravenhage en Haarlem.

Sommige bronnen melden dat Willem II in Duitsland de Dom van Keulen liet bouwen.


Bebouwing a/d Hofvijverzijde

De bebouwing aan de Hofvijver bestaat (gezien vanaf de Korte Vijverberg) voorbij het restant van de slotgracht tussen Mauritshuis en Binnenhofcomplex, uit diverse  gebouwen die tussen circa 1550 en 1913  in verschillende stijlen zijn gebouwd. Er is in diezelfde periode ook veel afgebroken om ruimte te creeëren. Zo viel de Hofkapel in de 19e eeuw onder de slopershamer.

Één van de oudste gebouwen is het 'ministerstorentje', met spits toelopend dak, dat waarschijnlijk uit 1479 dateert,  maar in 1547 ingrijpend werd verbouwd en in latere tijden drastisch is gerestaureerd. Oorspronkelijk had het een verdedigingsfunctie, waarna er in 1556 een soort opslagplaats van werd gemaakt. Na 1581 deed de toren dienst als gevangenis en vanaf 1849 (Thorbecke) werd het de vaste werkplek van de minister van Algemene Zaken (Minister-President).

In  één van de gebouwen bevindt zich de zogenaamde Trêvezaal (de voormalige audiëntiezaal van de afgevaardigden van de Staten-Generaal).

 Ascha in Den Haag

In deze zaal er zijn de onderhandelingen gevoerd die tot het twaalf jarige bestand (tijdens de 80-jarige oorlog) hebben geleid. Op het eind van de veertiende eeuw bevonden zich hier de vertrekken van de graaf en in de zestiende eeuw heeft Keizer Karel V er tijdelijk gewoond.

De lange gevelrij wordt afgesloten door de tussen 1598 en 1600 gebouwde Mauritstoren, die op de hoek met de haaks daarop staande westvleugel (Stadhouderlijk Kwartier) staat.

Op het Binnenhof zelf hebben lange tijd ook diverse woningen gestaan die er in de loop der eeuwen zijn gebouwd. Van al deze woningen is eigenlijk alleen het "Keurhuis" over. Een smal gebouw (unique in Den Haag). Het is gebouwd in 1640 en was een goud- en zilversmidskeurhuis. In de gevelsteen boven de deur staat te lezen : "'t Goutsmits Keurhuys".

Huidige bewoners

Het binnenhof is thans niet meer bewoond. Op nummer 21 heeft echter nog tot 2009 een huismeester (en zijn gezin) van de Binnenhofcomplex gewoond.

Opgravingen oktober 2001

In oktober 2001 heeft men bij de aanleg van nieuwe rioolbuizen op het Binnenhofterrein (vlak voor het Stadhouderlijk Paleis) resten van een 14e eeuws gebouw gevonden. Het gaat om een gedeelte van een buitenmuur en een vloer. Waarschijnlijk was het een ruimte waar ridders samen kwamen voor of na een bijeenkomst in de Ridderzaal

Nadat de werkzaamheden voltooid waren, zijn de oude stenen weer bedekt met zand en klinkers.